Projecties voor de schoolbevolking

2010

Het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) doet in 2010 voor het eerst een raming voor het aantal schoolplaatsen die nodig zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als gevolg van de demografische groei (BISA-cahier nr. 2).

Deze raming was gebaseerd op projecties van de Brusselse schoolbevolking en nam als uitgangspunt dat de scholen in het basisonderwijs in 2010 verzadigd waren, terwijl het aantal pendelende leerlingen gelijk bleef.  

De groei van de schoolbevolking in de daaropvolgende jaren heeft de projectie van het BISA bevestigd.

2017

In 2017 actualiseerde het BISA de projecties van het aantal leerlingen op schoolleeftijd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2025 (BISA-cahier nr. 7).

Voor de periode 2014-2015 tot 2024-2025 werden de behoeften geraamd op 18.500 bijkomende plaatsen in het basisonderwijs en ongeveer 19.000 bijkomende plaatsen in het secundair onderwijs.

2019

De voorgaande raming werd beschouwd als een hoge raming, gelet op de neerwaartse bijstelling begin 2019 van de demografische projecties voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door het Federaal Planbureau.

Het Federaal Planbureau verwachtte toen dat de Brusselse bevolking zou blijven groeien, maar minder sterk dan aanvankelijk voorzien tegen 2025. met name voor de Brusselse kinderen op leeftijd van het basisonderwijs. 

2021

De schoolbevolkingsprojecties van het BISA uit 2021 lieten dan weer uiteenlopende ontwikkelingen verwachten tegen 2029-2030, afhankelijk van het beschouwde onderwijsniveau.

  • Het aantal leerlingen in het kleuteronderwijs zou in de toekomst verder afnemen en zich stabiliseren rond 52.000 leerlingen tussen 2024-2025 en 2029-2030.
  • Tussen 2019-2020 en 2029-2030 zou het aantal leerlingen in het lager onderwijs met bijna 10.000 dalen (-10 %).
  • Het aantal leerlingen in de Brusselse secundaire scholen zou daarentegen in de komende jaren sterk blijven stijgen, met 10.000 bijkomende leerlingen (+10 %) tussen 2019-2020 en 2024-2025. In 2024-2025 zouden zo bijna 110.000 leerlingen ingeschreven zijn in het Brusselse secundair onderwijs. Daarna zou hun aantal licht dalen tot 107.000 leerlingen in 2029-2030 (nog steeds 7.000 meer dan in 2019-2020).

Deze verwachte evoluties waren het gevolg van de demografische boom van 2007-2012 en de daarmee gepaard gaande stijging van het aantal geboorten. Deze cohorte kinderen had eerst het kleuter- en lager onderwijs doorlopen en kwam toen aan in het secundair onderwijs.

Deze projecties hielden nog geen rekening met mogelijke effecten van de Covid-19-pandemie op de vruchtbaarheid en de migraties in 2021 en de daaropvolgende jaren.

2025

De nieuwe gemeentelijke demografische projecties van het BISA hebben een horizon van tien jaar, namelijk tot 2034 (BISA-cahier nr. 13). Het gaat hierbij niet om schoolbevolkingsprojecties als dusdanig (die naast de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonende leerlingen ook rekening houden met pendelleerlingen die in Brusselse scholen zijn ingeschreven).

Tussen 2024 en 2034 zou het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een zeer lichte bevolkingsdaling kennen (-2.400 inwoners, of -0,2 %). Deze evolutie zou een breuk betekenen met de voorgaande decennia, waarin het Gewest een sterke demografische groei kende.

De bevolkingsontwikkelingen tot 2034 zouden sterk verschillen naargelang de gemeente en de leeftijdsgroep.

Tien van de 19 Brusselse gemeenten zouden tussen 2024 en 2034 inwoners winnen.

De gemeente Evere zou de sterkste groei kennen (figuur 1), met een stijging van 7 %, of +3.200 inwoners. Evere zou zo de bevolkingsgroei voortzetten die al meerdere decennia aan de gang is.

Daarentegen zouden in dezelfde periode negen gemeenten inwoners verliezen (figuur 2), met name Sint-Joost-ten-Node (-10,3 %, of -2.800 inwoners), Sint-Gillis (-7 %, of -3.500 inwoners) en Schaarbeek in absolute cijfers (-5.900 inwoners).

 

Bron: Cahier van het BISA nr 13, 2025.

Sterke verwachte daling van het aantal kinderen en jongeren in het hele Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Er wordt een sterke daling verwacht van het aantal kinderen op leeftijd voor het lager onderwijs (6-11 jaar) tussen 2024 en 2034 in het hele Brussels Hoofdstedelijk Gewest (figuur 3): hun aantal zou met bijna 19.000 afnemen (-20 %). Dit zou vooral het geval zijn in de gemeenten Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node en Schaarbeek.

De daling zou ook aanzienlijk zijn voor jongeren op leeftijd voor het secundair onderwijs (12-17 jaar): hun aantal zou met bijna 11.000 afnemen (-12 %), vooral in Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node en Watermaal-Bosvoorde. Het aantal jongeren in Evere zou tussen 2024 en 2034 stabiel blijven.

Ook het aantal kinderen op kleuterleeftijd (3-5 jaar) zou tegen 2034 dalen, maar in beperktere mate: een afname met 2.700 kinderen (-6 %). Deze daling zou opnieuw sterker zijn in Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node en Sint-Pieters-Woluwe. Omgekeerd zou het aantal 3- tot 5-jarigen licht toenemen in Elsene (+5 %), Sint-Lambrechts-Woluwe (+4 %) en Etterbeek (+3 %), en stabiel blijven in Ukkel.

Deze verwachte daling van het aantal kinderen en jongeren is een gevolg van de sterke daling van de vruchtbaarheid die sinds het einde van de jaren 2000 werd vastgesteld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Wertz et al., 2025).

Bron: Cahier van het BISA n°13, 2025.

Meer info : Cahier van het BISA nr 13 : Gemeentelijke demografische projecties voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2024-2034