© PRAS/GBP

De verordenende bodembestemmingskaart verdeelt het gewestelijk grondgebied in 21 bestemmingsgebieden en 4 gebieden met overdruk waarop schriftelijke voorschriften van toepassing zijn. 

  •  Typische woongebieden (lichtgeel en donkergeel), hoofdzakelijk bestemd voor huisvesting,
  •  Gemengde gebieden (oranje of bruin), bestemd voor huisvesting met lossere regels qua inplanting van handelszaken, kantoren en kleine ondernemingen,
  •  Gebieden voor stedelijke industrie (paars), bestemd voor productie en logistieke activiteiten,
  •  Gebieden voor havenactiviteiten en vervoer (donkerblauw), bestemd voor logistiek en havenactiviteiten,
  •  Administratiegebieden (lichtpaars), bestemd voor kantoren en woningen,
  •  Gebieden voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten (lichtblauw), bestemd voor voorzieningen van gemeenschappelijk belang,
  •  Ondernemingsgebieden in een stedelijke omgeving (roze), bestemd voor productie- en dienstenbedrijven, maar ook woningen, handelszaken en voorzieningen van gemeenschappelijk belang,
  •  Spoorweggebieden (grijs), bestemd voor spoorweginfrastructuur,
  •  Groengebieden (groen), hoofdzakelijk bestemd voor natuur en water, waar bebouwing slechts beperkt wordt toegestaan,
  •  Gebieden van gewestelijk belang (beige gearceerd en omcirkeld door een onderbroken zwarte lijn), beheerd via de bijzondere bestemmingsplannen (BBP’s) op basis van de schriftelijke voorschriften,
  •  Gebieden van gewestelijk belang met uitgestelde aanleg (grijs met zwart ruitpatroon), met een programma dat bepaald wordt in de schriftelijke voorschriften,
  •  Grondreservegebieden (kakikleurig gestreept) van gewestelijk belang,
  •  Gebieden van culturele, historische, esthetische waarde of voor stadsverfraaiing (zwart ruitpatroon), bedoeld om de architectuur- of landschapswaarde te behouden, te verbeteren of verder te ontwikkelen, zowel van openbare ruimte als gebouwen,
  •  Linten voor handelskernen (blauwe linten of “G” voor de handelsgalerijen), de dichtst bezette delen van de handelskernen,
  •  Punten van wisselend gemengd karakter (zwarte punten), eilanden in woongebieden langs bepaalde grote wegen met afwijkende voorschriften,
  •  Structurerende ruimten (wegen met een gele tint), om de zichtbaarheid van het landschap of de architectuur te vergroten voor openbare ruimte en naburige gebouwen,
  •  Transitparkings, in de nabijheid van stations, metrostations of tramlijnen.